Wat is Linux

Share

Linux is een familie van besturingssystemen gebaseerd op Unix die gebruikmaken van de Linuxkernel en GNU-software.

Dergelijke systemen, Linuxdistributies, of ook wel “distro’s” genoemd, zijn zowel gratis te verkrijgen als bij meerdere bedrijven te koop, dat laatste vaak met extra’s zoals ondersteuning, handleidingen en extra (soms niet-vrije) software.

De Linuxkernel wordt verspreid onder de GNU General Public License (GPL) waardoor het vrije software is. Hierdoor is alle onderliggende broncodedoor het publiek vrij te verkrijgen, te gebruiken, te wijzigen, te kopiëren en te verspreiden.

Vanwege de wortels die het systeem heeft in het GNU-project en omdat veel Linuxdistributies vitale onderdelen uit het GNU-besturingssysteem halen, geven sommige gebruikers en ontwikkelaars de voorkeur aan de naam GNU/Linux.

 

Geschiedenis

Unix

Het besturingsysteem Unix werd in 1969 door Ken Thompson, Dennis Ritchie, Douglas Mcllroy en Joe Ossanna van AT&T Bell Laboratories ontwikkeld. Unix werd voor het eerst uitgegeven in 1971, het was toen volledig geschreven in een assembleertaal, een normaal gebruik in die tijd. In 1973 werd Unix – toen heel vooruitstrevend – door Dennis Ritchie volledig herschreven in de programmeertaal C (met uitzonderingen voor de kernel en I/O). De beschikbaarheid van een besturingssysteem geschreven in een hogere programmeertaal zorgde voor een gemakkelijker overgang naar verschillende computerplatforms.

Door een juridisch probleem waardoor AT&T de broncode moest openstellen voor iedereen die het vroeg, groeide Unix vlug en werd het gebruikt door academische instituten en zaken. In 1984 scheidden de wegen van AT&T en Bell Laboratories. Vrij van de juridische problemen die ervoor zorgden dat de licentie voor iedereen vrij te verkrijgen was, begon Bell met het verkopen van Unix als een niet-vrij product.

 

GNU

In 1984 nam de Amerikaan Richard M. Stallman het initiatief tot het GNU-project, dat de ontwikkeling behelsde van een compleet, op Unix gelijkend besturingssysteem. Met een groep vrijwilligers, uitmondend in de Free Software Foundation, ging Stallman aan de slag.

Na enkele jaren waren er veel goede en vrije hulp-, ontwikkelings- en toepassingsprogramma’s beschikbaar onder de GNU-vlag.

Deze onderdelen van het GNU-project, zoals de macro-verwerker m4, de compiler gcc (voor C en andere programmeertalen) en de teksteditor emacs, werden al snel populair op andere Unix-achtige systemen.

Maar de kernel van het nieuwe systeem (die inmiddels bekendstaat als De Hurd) was veel moeilijker te ontwerpen dan verwacht en ontbrak nog.

 

Linux

Linus Torvalds, Fins informaticus, begon met de ontwikkeling van Linux.

In 1991 wilde de Fin Linus Torvalds, die op de universiteit kennis had gemaakt met Unix, ook een soortgelijk besturingssysteem hebben om thuis te gebruiken.

Omdat commerciële pakketten te duur waren, was hij genoodzaakt Minix te gebruiken. Al snel voldeed dit besturingssysteem niet meer en besloot hij zijn eigen besturingssysteem te maken.

Zijn eerste versie was niet echt een bruikbaar besturingssysteem, maar meer een speeltje voor hackers en programmeurs. Al snel werden er andere ontwikkelaars aangetrokken tot Linus’ project en zo groeide Linux al snel uit tot een volledig productief besturingssysteem.

Linux is in feite geen volledig besturingssysteem, maar omvat alleen de kernel. De kernel zorgt er onder andere voor dat software en hardware kunnen samenwerken. Torvalds heeft alleen de kernel gemaakt en heeft als software bestaande GNU-software gebruikt. De kernel werd aangepast zodat de GNU-software hierop kon werken. Daarom wordt het besturingssysteem ook wel GNU/Linux genoemd. In de loop der jaren is er echter steeds meer niet-GNU-software bijgekomen (zoals software onder de BSD-licentie) en is volgens sommigen de naam GNU/Linux dan ook minder van toepassing. Essentiële onderdelen als glibc, fileutils en gcc zijn echter nog steeds GNU. Het volledige systeem wordt meestal kortweg Linux genoemd. Bovendien zijn er systemen (zoals vele embedded systemen) waar bovenop de Linuxkernel geen GNU-tools gebruikt worden, waardoor de naam GNU/Linux dan helemaal niet van toepassing is.

In 1992 en 1993 groeide Linux uit tot een volledig functionele kernel en kreeg het ook steeds meer aandacht. Verschillende bedrijven begonnen eigen distributies te ontwikkelen. In 1994 kwamen de eerste nummers uit van het tijdschrift Linux Journal magazine.

Sinds versie 1.0 van de Linuxkernel in 1994 is uitgekomen, is de kernel sterk verbeterd en stabieler geworden. Linux wordt inmiddels door veel bedrijven verkozen boven andere besturingssystemen en dit vooral in de servermarkt.[1]Ook voor embedded toepassingen zoals in mobiele telefoons is Linux populair en verder draaien 92% van de 500 snelste computers ter wereld Linux. De grootste Linux-gebruiker is Google, met meer dan 100.000 servers.

 

Basisonderdelen

Er is een verschil tussen het besturingssysteem en de kernel. De basisonderdelen van een Linux-systeem, zoals basistoepassingen, bibliotheken, compilers en hulpprogramma’s, houden zich aan de POSIX-standaarden. Vaak zijn dit GNU-implementaties, maar ook alternatieven zoals Busybox en µClibc zijn mogelijk. Van de kernel bestaan vele versies die volgens een bepaald systeem genummerd worden. Meer informatie daarover staat onder Linuxkernel.

Daarnaast heeft Linux op desktop-pc’s tegenwoordig meestal een grafische gebruikersomgeving, draaiend onder het X Window System. Er zijn verscheidene van deze met elkaar concurrerende grafische omgevingen, waarvan de populairste GNOME (van het GNU-project) en KDE zijn; veel distributies bevatten beide. Onlangs zijn deze omgevingen voorzichtig toenadering tot elkaar gaan zoeken en wordt de samenwerking tussen de onder deze omgevingen draaiende programma’s langzaam verbeterd.

 

Distributies

Om Linux te kunnen installeren op een thuiscomputer of server, kan men gebruikmaken van zogenaamde distributies. Zo’n distributie bestaat uit een verzameling basistoepassingen, bibliotheken en een Linuxkernel, vergezeld van een set installatieprogramma’s, het X Window System en meestal een hoop extra programmatuur. Zulke distro’s zijn vaak toegespitst op een bepaald toepassingsdoel. Veel distributies zijn samengesteld door commerciële bedrijven die bij aanschaf ook helpdeskondersteuning en handleidingen meeleveren.

 

Gebruikersgroepen

Sommige Linuxgebruikers verenigen zich in GUG’s, GLUG’s en LUG’s, respectievelijk GNU Users Group, GNU/Linux Users Group en Linux Users Group.

 

Toepassing

Linux werd historisch gezien voornamelijk gebruikt als serversysteem voor bedrijven. Op desktopgebied heeft Linux nog geen sterke positie weten te veroveren: in 2012 had Linux een marktaandeel van 1,18% volgens NetMarketShare. Een belangrijke reden hiervoor is dat de meeste computers met een vooraf geïnstalleerde versie van het Windows besturingssysteem verkocht worden. Hierdoor is Windows het vertrouwde besturingssysteem voor de meeste eindgebruikers.

Het reeds aanwezige besturingssysteem waarvoor men betaalde bij aankoop zelf vervangen of laten vervangen door een Linux-distributie die afwijkt van de vertrouwde gebruikerservaring is een stap die slechts weinig eindgebruikers zetten. Een mogelijke reden hiervan was dat Linux niet makkelijk geconfigureerd kan worden bij gebruik van minder gangbare hardware-onderdelen. Inmiddels is dit ook sterk verbeterd.

Op servergebied heeft Linux een uitstekende positie: het marktaandeel is aanzienlijk en vooral voor websites is Linux marktleider. Het Linux-marktaandeel is echter niet eenvoudig af te leiden vanuit de verkoopcijfers van serverhardware, omdat in de regel Windows geïnstalleerd wordt.

De installatie en verwijdering van software wordt in de meeste distributies afgehandeld door speciaal voor dit doeleinde ontwikkelde software. Dit stelt een gebruiker in staat om een keuze te maken uit duizenden pakketten die specifiek voor de betreffende distributie geconfigureerd zijn.

Linux wordt veel gebruikt in combinatie met Apache, MySQL en PHP, Perl of Python. Deze combinatie van software wordt LAMP genoemd en is de basis van veel internetservers door de eenvoudige verkrijgbaarheid en open structuur.

Omwille van de lage kosten, hoge configureerbaarheid en beschikbaarheid op diverse platformen, wordt Linux ook meer en meer gebruikt op embedded systemen; men spreekt dan van embedded Linux. Mogelijke toepassingen zijn te vinden binnen settopboxen voor televisie, mobiele telefoons,routenavigatiesystemen en handheld computers zoals PDA’s. Linux wordt zo een concurrent van Symbian OS voor mobiele telefoons, en een alternatief voorWindows Mobile en PalmOS op handheld devices. Ook Google’s besturingssysteem Android (voor mobiele telefoons en tablets) is op Linux gebaseerd.

Ook op supercomputers wordt Linux steeds populairder. Op de TOP500-lijst van supercomputers van juni 2012 draaide maar liefst 90% van de snelste computers op Linux.

Share

Waarom zien we de achterkant van de maan nooit.

Share

De achterkant van de maan is het halfrond van de Maan dat steeds van de Aarde afgekeerd is. Desnelheid van de asrotatie van de Maan is dezelfde als haar omloopsnelheid rond de Aarde waardoor men vanaf de Aarde steeds dezelfde kant van de Maan ziet. De achterkant werd voor het eerst gefotografeerd door de sonde Loenik 3 van de Sovjet-Unie in 1959, wat toen een grote sensatie was. Tijdens de Amerikaanse Apollo 8-missie in 1968 werd de achterkant voor het eerst direct gezien.

De achterkant wordt gekenmerkt door een groot aantal inslagkraters en relatief weinig maria. De achterkant bevat voor zover bekend op een na de grootste inslagkrater van het zonnestelsel, het Zuidpool-Aitken-bekken.

 

Achtergrond

De achterkant van de maan wordt door astronomen gedefinieerd als het stuk van de maan dat nooit zichtbaar is vanaf de aarde. De achterkant dient niet te worden verward met de donkere kant van de maan (het halfrond dat niet door de zon wordt beschenen op een bepaald tijdstip). Zowel de voorkant als achterkant ontvangen relatief evenveel licht van de zon. Toch wordt de term donkere kant nog vaak gebruikt om aan de achterkant te refereren.

De achterkant van de maan ziet er duidelijk anders uit dan de voorkant. Slechts 2,5% van het oppervlak van de achterkant van de maan wordt bedekt door zeeën, terwijl de voorkant voor 31,2% uit zeeën bestaat. Een mogelijke verklaring hiervoor is de hogere concentratie van hitte-producerende elementen aan de voorkant, zoals te zien is op geochemische kaarten gemaakt door de Lunar Prospector.

 

Verkenning

De achterkant van de maan wordt door astronomen gedefinieerd als het stuk van de maan dat nooit zichtbaar is vanaf de aarde. De achterkant dient niet te worden verward met de donkere kant van de maan (het halfrond dat niet door de zon wordt beschenen op een bepaald tijdstip). Zowel de voorkant als achterkant ontvangen relatief evenveel licht van de zon. Toch wordt de term donkere kant nog vaak gebruikt om aan de achterkant te refereren.

De achterkant van de maan ziet er duidelijk anders uit dan de voorkant. Slechts 2,5% van het oppervlak van de achterkant van de maan wordt bedekt door zeeën, terwijl de voorkant voor 31,2% uit zeeën bestaat.Een mogelijke verklaring hiervoor is de hogere concentratie van hitte-producerende elementen aan de voorkant, zoals te zien is op geochemische kaarten gemaakt door de Lunar Prospector.

Verkenning

USSR postzegel uit 1959 ter viering van de eerste foto’s van de achterkant van de maan

Tot aan de late jaren 50 van de 20e eeuw was er maar weinig bekend over de achterkant van de maan. Door libratie kon af en toe wel een glimp worden opgevangen van de achterkant, maar het gebied dat zo geobserveerd kon worden besloeg slechts 18% van de totale achterkant. Bovendien werden deze stukken altijd onder een lage hoek gezien, waardoor bruikbare observatie niet mogelijk was. De achterkant was dan ook onderwerp van veel speculatie onder astronomen.

Een van de bekendste stukken van de achterkant van de maan die door libratie is geobserveerd is de Mare Orientale, een inslagkrater met een diameter van 1000 kilometer.

Op 7 oktober 1959 nam de Sovjet-sonde Loenik 3 als eerste foto’s van de achterkant van de maan, waarvan er 18 bruikbaar waren voor studie. Deze foto’s toonden een derde van het totale oppervlak dat niet zichtbaar was vanaf de aarde. De foto’s werden geanalyseerd, waarna op 6 november 1960 de eerste atlas van de achterkant van de maan werd uitgebracht door de Russische Academie van Wetenschappen. De atlas bevatte een overzicht van 500 kenmerken van het landschap. Een jaar later werd de eerste globe (schaal 1:13 600 000) uitgebracht.

Op 20 juli 1965 werd een andere Sovjet-sonde, de Zond 3, naar de achterkant van de maan gestuurd. Deze nam 25 foto’s van goede kwaliteit. Deze foto’s hadden een betere resolutie dan die van de Loenik 3, en toonden onder andere ketens van kraters die honderden kilometers lang waren. In 1967 werd het tweede deel van de atlas gepubliceerd in Moskou, gebaseerd op data van de Zond 3. De atlas omvatte nu 4000 kenmerken van de achterkant van de maan.

Daar veel van de prominente landschappen aan de achterkant van de maan werden ontdekt door Russische wetenschappers, kregen deze ook Russische namen. Dit zorgde voor enige controverse, vooral toen de Internationale Astronomische Unie besloot de namen intact te laten.

De achterkant van de maan werd voor het eerst rechtstreeks door mensen gezien tijdens de Apollo 8-missie in 1968. Astronaut William Anders was een van de astronauten aan boord. Hij omschreef wat hij zag als een landschap vol gaten en heuvels, maar zonder enige definitie.

Nadien is de achterkant van de maan nog gezien door crewleden van de Apollo 10 tot en met Apollo 17, en talloze keren gefotografeerd door sondes.

 

Radiotelescoop

Daar de achterkant van de maan is afgeschermd van radiosignalen afkomstig van de aarde, is het volgens astronomen een geschikte plaats voor eenradiotelescoop. Kleine schaalvormige kraters vormen een natuurlijke formatie voor een vaste telescoop gelijk aan de Arecibo in Puerto Rico.

Om een dergelijk plan ooit in praktijk te brengen dienen nog veel problemen overwonnen te worden. Zo kan het fijne stof van de maan de apparatuur beschadigen. Ook moeten de onderdelen van de telescoop worden beschermd tegen de effecten van zonnevlammen. Ten slotte moet men bedenken dat waarschijnlijk nog een satelliet (of een relaiszender elders op de maan) nodig is om de gegevens van de telescoop naar de aarde te zenden, aangezien een rechtstreekse radioverbinding niet mogelijk is.

 

Bron : www.wikipedia.nl

Share

Wat is een bitcoin

Share

Bitcoin is een vorm van elektronisch geld, en tevens de naam van de opensourcesoftware die is ontworpen om dit te gebruiken.

 

Bitcoin logo
Bitcoin logo
 

Bitcoin is een vorm van elektronisch geld, en tevens de naam van de opensourcesoftware die is ontworpen om dit te gebruiken.

 

Beschrijving

Bitcoins kunnen worden opgeslagen op een personal computer in de vorm van het wallet bestand of worden beheerd door een derde partij, eenportemonneedienst. In beide gevallen kan het geld naar een ander persoon worden verzonden via het internet door iedereen met een Bitcoinadres.

Dit elektronische geld maakt gebruik van een database verspreid over knooppunten van een peer-to-peer-netwerk om transacties te journaliseren, en maakt gebruik van cryptografie om te voorzien in de nodige beveiliging, zoals dat Bitcoins alleen kunnen worden uitgegeven door de persoon die er eigenaar van is, en nooit meer dan één keer uitgegeven kunnen worden door die eigenaar.

Bitcoins worden anno 2013 onder andere geaccepteerd in het Delftse stadscafé De Waag.

Een Bitcoinminer met een ASIC-chip.

De peer-to-peertopologie van Bitcoin en het ontbreken van centrale administratie maakt het praktisch onmogelijk voor een overheid, of ieder ander, om de waarde van Bitcoins te manipuleren of meer inflatie te induceren dan er van tevoren is vastgelegd. Eerst werd gedacht dat dit ervoor zorgde dat hiermee de eigendom en overdracht van waarde anoniem was. Maar midden 2013 is vastgesteld dat mensen die bitcoins gebruiken voor criminele activiteiten makkelijk te traceren zijn. Dat blijkt uit onderzoek door de Universiteit van Californie in San Diego. Vaak is de identiteit van gebruikers simpel te achterhalen en is geld witwassen met de digitale valuta niet zo eenvoudig als gedacht. Van bitcoin werd lang gesteld dat het een eenvoudige manier was om anoniem geld over te hevelen. Maar volgens de onderzoekers is dat niet waar. Via trucjes is te achterhalen wie de zender en ontvanger zijn van de digitale munten. Elke transactie wordt opgeslagen in een zogenoemde blokketting waarin informatie staat over de accounts die betrokken zijn en hoeveel bitcoins zijn overgemaakt. Dit is een essentieel onderdeel van het systeem: op deze wijze kunnen mensen niet dezelfde munten opnieuw gebruiken. Hoewel bitcoin-transacties niet zo transparant zijn als creditcardgegevens zijn de onderzoekers van mening dat deze munt dus zeker niet zo anoniem is als contant geld.

Bitcoin is een van de eerste implementaties van een concept genaamd cryptocurrency oftewel cryptografisch geld, dat voor het eerst in 1998 beschreven werd door Wei Dai op de cypherpunks-mailinglist, en geïmplementeerd in 2009 door Satoshi Nakamoto (pseudoniem van een onbekende persoon of groep). Het idee achter de werking van Bitcoin is te lezen in een document van Satoshi Nakamoto.

De Bitcoin dient virtueel “gedolven” te worden. Elke dag wordt er een bepaalde hoeveelheid vrijgegeven aan mensen die de Bitcoin delven (‘mining’). Dit wordt gedaan door het inzetten van de rekenkracht van computers. Er zijn inmiddels diverse groepen actief op internet waar mensen samen kunnen zoeken naar het elektronische geld, door alle gezamenlijke rekenkracht van de computers in te zetten tijdens het delven, de zogeheten ‘mining pools’.

Tegenwoordig worden ASIC’s gebruikt om Bitcoins mee te delven. De speciaal daarvoor ontwikkelde chips zijn sneller en energiezuiniger dan de GPU’s die voorheen gebruikt werden voor dat doel.

In 2013 zijn in Canada de eerste bitcoin pinautomaten geplaatst, waar gebruikers tegen betaling van Canadese dollars bitcoins in hun elektronische portemonnee kunnen verkrijgen. De pinautomaten leveren een QR-code die door de gebruikers kan worden gescand en omgeruild kan worden tegen hetzij bitcoins, hetzij Canadese dollars.

Bitcoins in Nederland zowel positief als negatief in het nieuws

De nieuwe virtuele munt krijgt steeds meer bekendheid, ook in Nederland. Met name de koerswisselingen zoals die vanaf november 2013 te zien zijn geweest hebben voor flink wat media-aandacht gezorgd. Zo zouden de eerste Nederlandse bitcoinmiljonairs inmiddels een feit zijn, en wordt er druk gespeculeerd welke kansen de nieuwe valuta allemaal bieden voor de toekomst. Niet iedereen is echter laaiend enthousiast. Onder andere de Rabobank[6] en de Nederlandsche Bank[7] waarschuwen voor mogelijke risico’s die de bitcoin met zich mee kan brengen. Of, en zo ja wanneer de bitcoin in Nederland een wettig en veilig betaalmiddel kan worden, is dus nog verre van zeker en zal de toekomst moeten uitwijzen.

Bitcoins worden ook in Nederland steeds vaker geaccepteerd.

Al vanaf het begin zijn er acceptanten, maar vanaf eind 2013 bieden de eerste grotere e-commercebedrijven een bitcoin betaaloplossing aan. Overigens wordt er vaak gebruikgemaakt van een tussenstap in de vorm van een betaalprovider, wat ervoor zorgt dat de bitcoins direct bij de transactie (grotendeels kunnen) worden ingewisseld. Op deze wijze zal er in de boekhouding van deze bedrijven mogelijk geen bitcoin te zien zijn omdat deze al bij de transactie zijn ingewisseld voor euro’s. Verwacht wordt dat het hier dus vooral om het genereren van media-aandacht gaat en deze spelers met de betaalmethode op zichzelf dus nog niet veel nieuwe klanten verwachten.

Bron: www.wikipedia.nl

Share

Wat is een elco

Share

Elektrolytische condensatoren in verschillende afmetingen

Voorbeelden van elco’s. De opgedrukte pijlen wijzen naar de negatieve pool.

Schematische voorstelling van elco’s

Een elektrolytische condensator (afgekort elco) is een condensator met een zeer grote capaciteit. De gebruikelijke aluminium-elco (in tegenstelling tot de tantaal-elco) bestaat uit twee stroken opgerold materiaal: de kathode, bestaande uit aluminiumfolie, en de anode bestaande uit sterk opgeruwd aluminiumfolie met daarop een dun laagje aluminiumoxide. Door de opruwing van de anode kan een oppervlaktevergroting van meer dan een factor 100 worden bereikt.

C= \frac{\varepsilon A}{d}
C capaciteit in F;
A effectieve oppervlakte in m²;
d afstand tussen anode en kathode in m;
ε permittiviteit van het gebruikte diëlektricum in F/m

De grote capaciteitswaarde van de elco is te danken aan:

  • de hoge doorslagveldsterkte van aluminiumoxide (ongeveer 100 V/µm);
  • het feit dat heel dunne lagen aluminiumoxide (kleine d) kunnen worden gebruikt doordat de condensator zelfherstellend is;
  • de door opruwing bereikte oppervlaktevergroting (grote A) van de anode, die met aluminiumoxide is bedekt.

Tussen geoxideerde anodefolie en kathodefolie wordt papier gedrenkt in elektrolyt aangebracht. Dat elektrolyt vult ook de ruimte aan de oppervlakte van de met oxide bedekte anode op. Het aluminiumoxide is het eigenlijkediëlektricum. Het elektrolyt dat elektrisch in verbinding met de kathode staat is een onderdeel (verlengstuk) van de kathode.

Doorsnede door een elco.
Een elco heeft tientallen van deze lagen (opgewikkelde folies)██ Anodefolie (aluminium)

██ Aluminiumoxide

██ Elektrolytische vloeistof

██ Kathodefolie (aluminium)

██ Spacerfolie (open papier of ander materiaal)

Elco’s hebben zelfherstellende eigenschappen. Als het oxide is beschadigd (te dun geworden) wordt het vanuit het elektrolyt weer aangevuld als er een voldoende hoge spanning op de elco wordt gezet. Het elektrolyt kan verdampen door de jaren heen. In dat geval zakt de capaciteit tot vrijwel nul.

De snelheid waarmee het elektrolyt naar buiten diffundeert gaat voor elke 10 ºC hogere temperatuur twee maal zo snel. Kwaliteitselco’s hebben een levensduur van 10.000 uur bij 105 ºC. Goedkope kleine elco’s slechts 1000 uur bij 85 ºC. Omdat elco’s meestal bij veel lagere temperaturen gebruikt worden, is de werkelijke levensduur veel langer.

De verwarming van de elco vindt niet alleen plaats door de omgeving (bijvoorbeeld in een spaarlamp), maar ook doordat er rimpelstroom door de condensator loopt, die de condensator opwarmt doordat het elektrolyt door zijn vrij grote weerstand warm wordt. Bij elco’s wordt dan ook altijd behalve de toelaatbare spanning opgegeven hoeveel rimpelstroom (uitgedrukt in ampère RMS) er door de elco mag lopen.

Het is gunstig als er regelmatig spanning op een elco staat, zodat het aluminiumoxide in goede staat blijft. Van elco’s die te lang zonder spanning (en dan vooral bij hoge temperatuur) hebben opgeslagen gelegen kan het aluminiumoxide zo sterk zijn beschadigd (in het elektrolyt opgelost), dat de elco niet meer bruikbaar is (er ontstaat dankortsluiting bij aanleggen van een spanning).

Toepassingen

  • Elco’s worden toegepast wanneer een hoge capaciteit (meer dan ca 1 μF) benodigd is zoals voor wisselspanningsontkoppeling. Grote elco’s (meer dan ca 100 μF) worden vooral gebruikt voor het afvlakken van voedingsspanning na gelijkrichting.
  • In elektronische apparatuur worden elco’s vooral toegepast in schakelende voedingen en voor het stabiliseren van de voedingsspanning rondom verbruikers, zoals de processor en het geheugen in computers. Veel moederbordenbevatten 15 tot 30 elco’s van 1500 μF of meer. Capaciteiten van elco’s lopen (anno 2005) op tot meer dan 2700 F, al is de werkspanning in dat geval beperkt tot 2,8 V.
  • In scheidingsfilters van luidsprekerkasten worden vaak bipolaire elco’s gebruikt. Deze zijn zo geconstrueerd dat er geen verplichte polariteit is. Ze kunnen, net als gewone condensatoren willekeurig worden aangesloten en zijn verkrijgbaar in waarden tussen 470 nF en 1 mF (1000 µF).
  • Op alle condensatormotoren die gebruikt worden in de wasmachines, branders, circulatiepompen.

 

Vervangingsschema

Vervangingsschema
Rleakage Lekweerstand
RESR Equivalente serie-weerstand
LESL Equivalente serie-inductie

Een elektrolytische condensator is een verre van ideale condensator die niet uitsluitend capacitieve eigenschappen heeft, en kan worden voorgesteld met een vervangingsschema zoals deze hiernaast afgebeeld.
Ten gevolge van de lekweerstand Rleakage parallel aan de idealecapaciteit C zal een condensator zelfontlading vertonen. Een lageinwendige weerstand RESR (Equivalent Serial Resistance) is vooral van belang voor schakelende voedingen waarbij een hoge laad/ontlaadstroom

 

Waarschuwingen

  • De meeste elco’s zijn gepolariseerd: de + en de – aansluiting mogen nooit worden verwisseld daar dit kan leiden tot een ontploffing. De juiste polariteit staat op de condensator aangegeven. Er bestaan ook tantaal-elco’s. Deze zijn zo mogelijk nog gevoeliger voor verkeerd aansluiten dan gewone elco’s.
  • Elco’s kunnen tot lang na uitschakeling van een apparaat spanning vasthouden. Een elco met grote capaciteit kan zelfs elektrocutiegevaar opleveren. Het (per ongeluk) kortsluiten van een opgeladen elco kan leiden tot brandwonden.
  • Elektrolytische condensatoren hebben een maximale werkspanning. Bij overschrijding daarvan kan de condensator onherstelbaar beschadigd raken en gaan lekken.

 

Bron : www.wikipedia.nl

Share

Hoe kan het dat vrouwen tegelijk ongesteld worden

Share

Hallo !

Ik kan je helpen met je vraag.

Aan de universiteit heb ik namelijk het vak biologische antropologie. Hier hebben we geleerd dat wanneer een vrouw ongesteld is produceert ze een hormoon namelijk feromoon.

Wanneer een andere vrouw in contact komt met dit feromoon dan wordt zij ook ongesteld. De reden hiervoor kan men vinden in de evolutie.

Namelijk wanneer men samen ongesteld is, dan is men ook op hetzelfde moment vruchtbaar en kan men dus op het zelfde moment zwanger zijn.

Hierdoor kunnen vrouwen die samenleven voor elkaars baby zorgen.( men kan dan borstvoeding aan de andere kinderen geven)  Dit geeft meer kans op overleving van de nakomelingen.

Het is misschien niet het antwoord dat je verwacht had, maar het is een biologische uitleg. ( Ik hoop dat het allemaal klopt wat ik zeg :). Veel succes nog met je vraag!
Groeten
Frédérique

Bron: www.goeievraag.nl

U bent ook nu van harte uitgenodigd een betere verklaring voor dit vraagstuk in te dienen of gewoon te reageren op dit bijzondere verschijnsel.

Share

Waarom is een chipszak maar half gevuld?

Share

Er zijn twee redenen waarom chipszakken niet tot de bovenkant gevuld zijn.

De eerste reden is dat als een zak helemaal vol zit met chips, de chips sneller breken. En dat willen ze natuurlijk niet.

De tweede reden heeft met het vervoeren van chipszakken te maken.

Als er chipszakken per vliegtuig naar het buitenland vervoerd moeten worden, dan krijg je in de lucht te maken met drukverschillen.

De zakken gaan dan namelijk uitzetten. Om te voorkomen dat de chipszakken in het vliegtuig openknallen, zitten de chipszakken niet helemaal vol.

Share

Waarom zijn de bananen krom.

Share

Ja het moest ervan komen, zo een nutteloze vraag die toch de meeste mensen weleens in hun leven gesteld hebben.

Hardijzer heeft dit eens even goed voor u uitgezocht dus laat u niets meer op de mouw spelden.

Bananen groeien aan een bananenplant. De bananenplant heeft geen stam maar een soort cilinder van bladeren. Aan die cilinder groeit na een tijdje een bloemknop. Deze knop bevat wel 100 bloemen, en elke bloem wordt een banaan. Daarvoor heeft de bananenplant wel veel zon nodig.

Als de bananen beginnen te groeien, wordt de bloemtros steeds zwaarder. Door de zwaartekracht gaat de tros naar beneden hangen. Maar de bananen willen naar boven blijven groeien, tegen de zwaartekracht in. Zo groeit de banaan krom! Dit effect heet met een moeilijk woord negatieve geotropie.

Wortels van bomen en planten groeien ongeveer op een zelfde manier. Zij groeien alleen met de zwaartekracht mee. Stengels groeien juist weer net als de banaan tegen de zwaartekracht in omhoog.

Wist je dat de banaan gewoon recht blijft wanneer de trossteel wordt ondersteund? Er bestaan ook een aantal kleinere bananensoorten die gewoon recht blijven. Omdat deze bananen lichter zijn buigt de trossteel niet. Daardoor blijven de bananen recht.

Vaak wordt gezegd dat bananen naar het licht groeien.

Dat klopt dus niet.

Zonder zwaartekracht zou de banaan niet krom groeien. Wist je dat André Kuipers dit effect tijdens zijn eerste ruimtereis onderzocht heeft? Dat deed hij niet met bananen maar met sla. Hij kweekte slablaadjes in de ruimte. Wat bleek? Zonder zwaartekracht groeiden de stengels van zijn plantjes opeens alle kanten op!

Share

Waarom is de zee zout?

Share

In zeewater zit 35 gram zou per liter, dat is dus een gemiddelde zoutheid van 3,5%. Dit betekent niet dat zeewater overal even zout is. In de Baltische Zee is het water het minst zout en in de Dode Zee is het water juist heel erg zout. Hierdoor kan je veel gemakkelijker blijven drijven.

Maar hoe komt het zout in de zee? Dit komt voornamelijk door Sodium (een belangrijk bestanddeel van zout) dat uit de oceaanbodem naar boven komt. Chloride (een ander bestanddeel van zout) ontstaat uit het binnenste van de aarde, door middel van vulkanen. Sodium en Chloride vormen samen zout.

Regenwater daarentegen is niet zout, maar dat komt doordat zeewater verdampt en het zout achter laat in de zee. Daardoor blijven de zeeën al vele miljoenen jaren even zout.

 

Waarom zijn niet alle oceanen en zeeën even zout? De Kaspische zee en de Dode zee hebben een hoog zoutgehalte, omdat het gesloten delen water zijn. Rond de Noordpool is het zeewater bijvoorbeeld veel minder zout door de aanvoer van zoet water uit Siberische rivieren. Het zoutgehalte van de Oostzee (ook wel de Baltische zee genoemd) is slechts 2,5% (in plaats van de gemiddelde 3,5%).

Het lange tijd drinken van zeewater is schadelijk voor het menselijk lichaam. Uitdroging kan plaatsvinden door het zoutgehalte. Ook kan door het drinken van zeewater een zoutvergiftiging plaatsvinden waarbij er waanvoorstellingen voorkomen.

Share

Is gsm straling nu wel gevaarlijk of niet

Share

GSM straling, schadelijk of niet ?

Wederom actueel: Toen de eerste trein ooit begon te rijden, gingen alom stemmen op dat deze niets dan slechts met zich meebracht ; de koeien zouden geen melk meer geven, de mens zou mentaal ziek worden,… Met de komst van de GSM deden ook een aantal verschillende ‘geruchten’ de ronde : de gsm doet de hersennen koken, zorgt voor meer hoofdpijn en verhoogt de kans op kanker . Maar zijn dit wel geruchten? Wat is de waarheid over de GSM?

 

Wat is straling?

Straling is de overdracht van energie, in de vorm van golven, zonder dat direct contact plaatsvindt. Straling is alom tegenwoordig. Het meeste vertegenwoordigd is de zogenaamde ELF straling of extreem lage frequentie straling. Dit is de straling van ons elektriciteitstnet en ze treedt dus op bij alle elektrische toestellen. Alle elektrische toestellen zenden elektrische straling uit met een basisfrequentie van 50 Hertz.

 

GSM’s zenden een straling uit met een hoge frequentie om contact te houden met het netwerk. Zelfs als men de GSM niet gebruikt, in standby dus, zal de straling blijven.

 

Overal op aarde wordt men blootgesteld aan straling. Deze straling komt vanuit de ruimte, voornamelijk onder gamma- en betastraling. Het zijn geladen deeltjes van de zon en de sterren die interactie vertonen met onze atmosfeer en het magnetisch veld van de aarde. Deze straling, kosmische straling genaamd, kan verschillen van plaats tot plaats naargelang de hoogte waar men zich bevindt en naargelang het magnetische veld van de aarde.

 

Het effect van straling bestuderen

Als men wil nagaan wat de biologische gevolgen van straling op de mens zijn, bijvoorbeeld door gebruik van een GSM, zal men dit beoordelen aan de hand van het effect op de cellen. Bij lage stralingsblootstelling zijn de biologische gevolgen uitermate klein met als resultaat dat deze niet kunnen gemeten worden. Aangezien men constant aan verschillende soorten, natuurlijk en menselijk, straling wordt blootgesteld, zal het lichaam zich hier ook van kunnen herstellen. Beschadigde cellen kunnen meestal zichzelf herstellen. Indien deze cellen afsterven, wat dagelijks in het menselijk lichaam het geval is, zullen deze vervangen worden door andere cellen. Het is mogelijk dat cellen op een foutive manier herstelt worden. In dat geval zal er een biofysische verandering plaatsvinden.

In de meeste gevallen werd straling op cellen gemeten na hoge dosissen straling. Onze kennis rond het verband tussen straling en kanker, is maw beperkt tot bepaalde bevolkingsgroepen die met een hoge stralingsblootstelling geconfronteerd werden. Aangezien ook de latentieperiode, dit is de periode tussen de blootstelling aan straling en het opduiken van kankersymptomen, tientallen jaren kan duren, is het moeilijk vast te stellen of er een rechtstreeks verband is tussen de kanker en de straling. Het is namelijk mogelijk dat een kanker zich spontaan ontwikkeld, zonder dat straling hier een rol in speelt.

 

GSM straling

Maar is GSMstraling nu echt schadelijk voor de menselijke gezondheid? Is het echt zo dat de hersennen onder invloed van de straling gaan koken?

Er werden reeds verschillende studies gedaan met laboratoriumratten en op synthetische poppen. Deze werden aan hoge dosissen straling blootgesteld. Hierbij werd vastgesteld dat de straling van een GSM wel degelijk schadelijk was voor deze proefdieren. Het effect zou gaan van hoofdpijn tot hersentumoren. Bij deze studies werden echter veel met veel hogere straling gewerkt dan die van een GSM toestel.

Dit resultaat werd ook bereikt door een Belgische studie waarbij 2 groepen ratten vergeleken werden. De ene groep werd blootgesteld aan GSM-straling en wifi-straling, de andere niet. De groep die aan de straling was blootgesteld bleek een dubbel zo hoog sterftecijfer te hebben als de groep die niet blootgesteld was. De oorzaak was een tumor. Een Duits onderzoek dat op dezelfde manier werkte, kon geen duidelijk verhoogd risico op een hersentumor vaststellen.

In een studie die werkte met een stralingsgraad die overeenkwam met die van een GSM, kon men bij de laboratoriummuizen een verhoogde kans op bloedkanker vaststellen. Het is echter wel belangrijk te weten dat deze muizen eerst kankergevoelig werden gemaakt.

Het staat vast dat door het bellen met een GSM, electromagnetische golven ons lichaam binnen dringen. Ook weet men dat kinderen, van wie de hersennen nog niet volgroeid zijn, meer gevoelig zijn voor deze straling. Vooral kinderen onder de 12 jaar kunnen hier best tegen beschermd worden.

 

Voorzorgsmaatregelen

Men gaat ervan uit dat men pas binnen enkele jaren een beter zicht zal hebben over het al dan niet schadelijk zijn van deze straling. Tot dan is het echter niet slecht enkele voorzorgsmaatregelen te nemen.
Er werden door 20 gerenomeerde wetenschappers een aantal voorzorgsmaatregelen geformuleerd. Hoewel deze niet bewezen hebben dat de GSM schadelijk is voor onze gezondheid, zijn een aantal effecten op het lichaam wel waargenomen, zoals het extra aanmaken van stress-proteïnen, en gaat men ervan uit dat verdere effecten zullen gevonden worden. Daarom kan men beter nu reeds voorzichtig zijn.

  • 1. Kinderen onder de 12 horen geen GSM te hebben. Omdat de hersenen van kinderen nog in volle ontwikkeling zijn, zouden deze ook gevoelliger zijn aan straling.
  • 2. Een GSM kan men best zo ver mogelijk van het lichaam houden. Daarom is het houden van een GSM in de binnenzak van een vest of de broekzak af te raden. Indien men dit toch moet doen, dan kan men ervoor zorgen dat het scherm steeds naar zich is toegekeerd waardoor de straling van de antenne weg van het lichaam gedraaid is.
  • 3. Het helpt reeds om op 1 meter van een GSM te blijven, ook op 1 meter van een ander persoon die belt. Het electromagnetisch veld neemt op die 1 meter wel 50 keer af in kracht. Ook het gebruiken van een handvrije kit is een voordeel.
  • 4. De GSM niet naast het bed houden. Vele mensen leggen de GSM op het nachtkastje. Toch is dit geen goed idee. Beter is van de GSM al helemaal uit de slaapkamer te bannen.
  • 5. Veranderen van oor tijdens het bellen zorgt voor een mindere concentratie aan electromagnetische straling op 1 bepaalde plaats.
  • 6. Niet bellen bij slechte ontvangst. Bij een slechteren ontvangst kan men beter niet bellen omdat het toestel dan vaker en meer signalen moet uitsturen om in contact te blijven met het netwerk. Hetzelfde geldt voor het bellen in een rijdend voertuig.
  • 7. Meer SMSen en whatsappen is een oplossing. Door te SMSen wordt het toestel automatisch verder van het lichaam afgehouden. Hierdoor treedt minder straling op.
  • 8. Een toestel met een lage SATwaarde is belangrijk! De SAT of ‘Specifieke Absorptie Tempo’ is een waarde die aangeeft hoeveel straling het lichaam opneemt.

 

Bron: infonu.nl

 

 

 

 

Share